Reisverslag Zuid-Oost Azië (2003)

Mijn vorige reis naar China had ik eigenlijk als backpacker willen maken maar het gegeven dat je buiten de grote steden niet goed uit de voeten kunt met Engels, deden mij toen besluiten om de reis in georganiseerd verband te maken. Voor Vietnam en Cambodja is dat geen probleem omdat "dankzij" de oorlog met de Amerikanen, men de Engelse taal vrij goed beheert. Ditmaal dus ongeorganiseerd en als vrij man naar Zuid-Azië. Aangezien ik vervroegd ben gestopt met werken ga ik deze keer voor drie maanden om zodoende in alle rust van deze prachtige landen te genieten en, eerlijk is eerlijk, ook om ondertussen de ergste kou in Nederland te ontlopen. Zoals bij de meeste reizen naar Zuid-Azië ligt het startpunt ook ditmaal in Bangkok. Ik weet dat mijn vriend Frits Meurs al enkele dagen in Thailand is en heb tevoren afgesproken hem daar te ontmoeten. Aangezien Frits nog in het normale werkpatroon zit is zijn vakantie beperkt tot drie weken en kan hij mij helaas niet verder vergezellen op mijn reis. Mijn vertrek vanuit Nederland is 31 december 2002 zodat bij landing in Bangkok het nieuwe jaar 2003 al is aangebroken. Ik reis meteen door naar de Thaise kustplaats Pattaya alwaar in hotel Sabai Lodge de inmiddels gebruinde Frits mij blij verwelkomt. We zijn samen al meer in deze kustplaats geweest dus maken we ons op voor weer een gezellig verblijf hier. Dat lukt opnieuw opperbest. Ik gebruik de tijd hier ook om aan de kust mijn wintertintje om te zetten naar een wat aangepast tropenkleurtje. Na enkele dagen is de vakantie van Frits ten einde is vertrekken we samen naar Bangkok naar Kao San Road, de backpackersstreet alwaar ik mijn intrek neem in hotel My House.



We gaan even de omgeving verkennen en het geeft een heerlijk gevoel als je tussen de vele, meestal jonge backpackers afkomstig uit de hele wereld, optrekt. 's-Avonds moet ik afscheid nemen van Frits die met de nachtvlucht naar Nederland vertrekt. Voor het eerst in mijn leven ben ik nu backpacker en krijg meteen de vuurdoop wanneer ik in mijn nieuw onderkomen een kamertje krijg toegewezen van 2 x 3 meter met enkel een bed. In de gang is er een gezamenlijke toilet- en wasruimte. Hier moet ik enkele dagen verblijven om mijn visa naar Vietnam en Cambodja, en mijn vlucht naar Vietnam te regelen. Van deze dagen maak ik gebruik om in Bangkok enkele voor mij onbekende plaatsen te bezichtigen. Zo bezoek ik met de watertaxi de langs de rivier Chao Phraya gelegen Tempel Wat Arun. Deze tempel bestaat uit 4 torens (prangs) met in het midden een ruim 100 meter hoge toren. Aan de buitenkant zijn de torens afgezet met bloemversieringen, gemaakt van kleurrijke scherven van aardewerk en schelpen.



Natuurlijk ga ik ook de grote supermarkten bekijken waaraan Bangkok zo rijk is en laat me heerlijk verwennen door de overheerlijke Thaise gerechten die ik straks in het veel armere Vietnam en vooral Cambodja wellicht zal moeten ontberen. Mede door eerdere bezoeken aan Bangkok weet ik ondertussen al aardig de weg in deze wereldstad zodat ik voor een bezoek aan de grote weekendmarkt Chatuchak gebruik maak van de snelle Skytrain. Dit eerste moderne openbare vervoersysteem van Thailand is pas in 2000 officieel in gebruik en is een goed alternatief voor de eeuwige files van Bangkok. Het is een geautomatiseerd railsysteem op 12 meter hoge betonnen palen en slingert zich door het drukste deel van Bangkok. Hij rijdt frequent om de paar minuten vanaf 6 uur 's-morgens tot middernacht. Met man en macht wordt er op dit moment gewerkt aan de eerste Thaise ondergrondse Metro waarvan de officiële opening in 2004 is gepland.



Er zijn maar weinig Aziatische markten die kunnen tippen aan de Oosterse bazaar Chatuchak. Men vindt hier in een doolhof van smalle gangetjes tussen typische Oosterse geuren en kleuren, allerlei soorten vrijetijdskleding, voedingsartikelen, aardewerk, tropische bloemen en planten. Verder treft men er allerlei dieren, van hondjes en konijnen tot felgekleurde parkieten en kaketoes en niet te vergeten vele vissoorten w.o. de Siamese vechtvissen. Voor de inwendige mens is de Thaise keuken rijkelijk aanwezig. En dat allemaal tegen voor Westerse begrippen, erg goedkope prijzen. Het duurt allemaal wat langer voordat mijn visa etc. zijn geregeld waardoor ik ook nog tijd heb om het Museum te bezoeken waar een uitgebreide verzameling voorwerpen en foto's mij door het legendarische verleden van Thailand laten reizen. De met goud versierde Koninklijke lijkwagens zijn mij nog het meest bijgebleven alsook de wapens die men tijdens de oorlogvoering met olifanten gebruikte. Verder bezoek ik ook het Vimarnmek, ook wel genoemd de Hemelse Residentie, die door Koning Chulalongkorn eind 19e eeuw werd gebouwd als zomerpaleis. In de prachtige tuinen van het complex met vele gebouwen word ik blij verrast door een optreden van Thaise danseresjes. In kleurrijke kleding tonen zij de bezoekers verschillende traditionele dansen onder begeleiding van melodieuze Thaise muziek.



Mijn visa en het ticket voor mijn vlucht naar Vietnam zijn inmiddels geregeld en eind januari brengt de taxi mij naar het vliegveld van Bangkok waar ik deze keer een andere incheckbalie als gebruikelijk opzoek. Deze keer ga ik namelijk (nog) niet naar Amsterdam maar naar Vietnam. Een rustige vlucht brengt me in korte tijd naar Saigon. Tijdens mijn aankoop van Vietnamese Dongs, het betaalmiddel in Vietnam, komt een toeriste op me af met de vraag of ik met de taxi naar Saigon ga. Op mijn bevestigend antwoord volgt haar voorstel om dit misschien gezamenlijk te doen zodat de kosten gedeeld worden. Door deze vraag voel ik me helemaal als backpacker geaccepteerd en ga gretig op haar voorstel in. De taxichauffeur blijkt een beetje Engels te praten en hij stelt ons een goed hotel voor. Op mijn antwoord dat ik al een adres heb verteld hij dat dit waarschijnlijk vol zit. We kennen deze praatjes. Bij bepaalde hotels krijgen taxichauffeurs aanbrengprovisie en doen hiervoor begrijpelijk alle moeite. Ik laat me echter op mijn tevoren uitgezocht hotel Hong Kong afzetten. Mijn reisgenote heeft zich inmiddels aan mij voorgesteld als Ryoko.



Zij blijkt afkomstig uit Japan en wil Vietnam gaan verkennen. Haar Duitse vriend is in Bangkok achtergebleven en omdat ze nu alleen is neemt ze ook haar intrek in ditzelfde hotel. Omdat we beide alleen reizen besluiten we om de komende dagen samen op te trekken. We gaan die avond samen eten en omdat Ryoko Japanse is en ik erg van Japans eten hou is een keuze voor het eten niet zo moeilijk. In deze wijk zijn vele buitenlandse restaurantjes te vinden en ook Japans eten is snel gevonden. Ik laat de keuze graag aan Ryoko over die me ook de komende dagen enkele heerlijke Japanse gerechten leert kennen. We verblijven hier in evenals in Bangkok in een backpackerswijk en het geeft eenzelfde beeld. Voornamelijk jonge toeristen en allerlei eettentjes, reisbureautjes, souvenirshops en niet te vergeten internetcafe's waarvan ik die avond meteen gebruik maken om het thuisfront de laatste ontwikkelingen over te brengen. De volgende morgen om 8 uur al, word ik volgens afspraak wakker geklopt door Ryoko om samen te gaan ontbijten. We besluiten deze dag Saigon (in Zuid-Vietnam, Ho-Shi-Min geheten) te bezoeken en belanden weldra op een bloemenmarkt. Het wordt nieuwjaar in Vietnam en de markt is één bloemenzee met een grote variëteit aan kleuren en prachtige bloemen.



De stadsbus brengt ons naar de Thien Hau Pagode, een half open Chinese tempel met grote hangende spiraalvormige wierookstokken waarin de bezoekers hun gebedswensen deponeren. Buiten de tempel zien we een man met vogelkooitjes waarin kleine vogeltjes. De vogeltjes kun je kopen met de bedoeling om ze daarna met goede wensen weer weg te laten vliegen… We brengen hierna een bezoek aan het War Remnants Museum waar veel foto's een goed beeld laten zien van de waanzinnige oorlog die zich hier in 1975 tussen Amerika en Vietnam heeft afgespeeld. Op de binnenplaats van het museum staan verschillende tanks, helikopters en vliegtuigen die in deze vreselijke oorlog werden gebruikt. Terug naar het hotel komen we bij de grote overdekte markt in het centrum van Saigon waar van alles te koop is en waar we lekker bij direct-klaarmaak-eetwinkeltjes genieten van heerlijk Vietnamees hapjes. Ik laat m'n schoenen eens heerlijk verwennen door een straatschoenpoetsertje wat geen overbodige luxe is. Maar gaf ik dat manneke nu 5000 of 50000 dong voor zijn dienst? Ik zal het nooit weten maar hij was wel opvallend rap verdwenen. Omgerekend is dit resp. € 0,23 en € 2,30. Geen kalitaal maar wel een goede waarschuwing. Het is even wennen aan die grote getallen en uiterlijk lijken ze erg veel op elkaar. Met de gedachten dat ik nu in elk geval mooie schoenen heb en iemand misschien ontzettend blij heb gemaakt (daggeldje?), vergeef ik mezelf dit eventuele foutje. De volgende dag vertrek ik al vroeg om samen met Ryoko een tweedaagse bustrip naar de Mekong Delta te maken. We maken zodoende kennis met de ochtendspits van Saigon wat een grote mierenhoop is van fietsers en bromfietsen en waar hier en daar een stoplicht zijn best doet er iets van te maken, wat niet altijd lukt.



Eenmaal buiten de stad zien we het echte snelverkeer dat zich op allerlei manieren door de smalle verkeersader manoeuvreert. Niemand houdt zich aan verkeersregels zoals wij die kennen maar rijdt zo lang mogelijk hard, haalt links of rechts in en zelfs de bermen zijn niet veilig. Het tegemoetkomende verkeer doet precies hetzelfde…Dat hier geen ongelukken gebeuren denk je dan en ja hoor. Even later zien we een omgekantelde bus in de berm met een motorfiets ervoor. Het is overigens het enige opvallende ongeval tijdens deze "wegrace" totdat we na enkele uren aankomen in Vinh Long. Hier stappen we over in een boot waarmee we naar een floating market gaan. In bootjes bieden de bewoners hier hun verschillende koopwaar aan. We leggen aan voor een heerlijke lunch en stappen vervolgens over op een kleinere boot waarin we twee aan twee kunnen zitten. We varen nu door de Mekong-delta, een prachtige boottocht over het grote rivierengebied, hier en daar overkapt door de jungle en bezoeken een bedrijfje waar rijstwijn wordt gemaakt. Die moeten we natuurlijk proeven maar het blijft helaas bij proeven want we moeten verder. We bezoeken ook een bedrijf waar kokossnoepjes gemaakt worden. Die zijn ook heerlijk maar die hadden we beter vóór de wijnproeverij kunnen bezoeken. Ook de broeierige warmte maakt dorstig maar even hierna is het theetime waarbij heerlijk vers fruit wordt aangeboden. Enkele plaatselijke bewoners zorgen hierbij voor een muzikale omlijsting met Chinese muziekinstrumenten. Kleine meisjes zingen op erg lieflijke wijze mooie Vietnamese liedjes. Een royale tip is een terechte beloning.



We gaan nu naar Can Tho waar we met de groep niet alleen gezellig maar vooral ook heerlijk Vietnamees gaan eten.We slapen hier in een klein hotelletje en omdat het allemaal tweepersoonskamers zijn slaap ik met Ryoko op één kamer, wel separate ofcourse… De volgende dag gaan we weer verder met de boot en brengen een bezoek aan een rijstfabriek waar via een uitgebreid proces heel dun rijstpapier wordt gemaakt. Dit wordt o.a. gebruikt voor de Vietnamese loempia's maar ook voor de later zo kleurrijk geschilderde parasols. In een klein restaurantje dat de naam niet mag hebben, noem het maar gewoon een hutje ergens in de bush, gebruiken we de lunch en bekijken hier in de buurt een z.g. monkey bridge, een door de bewoners eigenhandig van bamboe gemaakte brug.



Met een boot en vervolgens een bus worden we hierna weer veilig thuis gebracht. Deze week neem ik afscheid van Ryoko. Zij vertrekt morgen naar Hanoi terwijl ik op mijn beurt plannen heb om later naar Cambodja te vertrekken. De avond vooraf aan het vertrek hebben we samen een afscheidsdiner en laat ik haar natuurlijk weer het menu bepalen. Het voorafje bestaat deze keer uit springrolls wat, zoals ook haar verder keus, alleen maar smullen wordt! De volgende dag ben ik dus opnieuw alleen maar dat is van korte duur wanneer ik die avond op een terras kennis maak met Hugo, een Belg die hier ook alleen is maar eerder ook al wat Azie-ervaring heeft opgedaan. Het wordt een latertje deze avond maar wat wil je als een Belg en een Ollander elkaar op een tropisch terras ergens in Azië ontmoeten en waar voldoende heerlijk koel bier voorradig is. De volgende avond laten Hugo en ik ons heerlijk op z'n Vietnamees masseren. Een van de meisjes Ann wil me de volgende dag Hoh-Shi-Min-Stad laten zien! En inderdaad komt ze mij de volgende ochtend ophalen bij m'n hotel. Ze heeft haar vriendin Linh bij zich en ik heb spijt dat ik nu niet weet in welk hotel Hugo verblijft, dan waren we met z'n viertjes geweest. Met scootertjes gaan we naar een terras langs de Saigon River waar we van heerlijk frisse eiscafee genieten.



De volgende dag doen we het dunnetjes over en gaan samen, nu met de taxi, naar het 10 km. buiten de stad gelegen Saigon Waterpark. Een groot water en pretpark waar we ons heerlijk vermaken. Hier blijkt opnieuw dat veel Vietnamese jongeren niet kunnen zwemmen. Ook Ann en Linh niet. Het zwembad ligt overigens vol met kleurrijke zwembanden zodat iedereen in elk geval kan spartelen. Het zwembad loopt heel geleidelijk af en er is zeer streng toezicht. Een snerpend fluitje werkt hier meteen! Op de terugreis gaan we natuurlijk ook even naar een karaokebar wat in Azië erg populair is. Aangezien mijn hotel een smalle steile trap heeft, ik 4 hoog zit en hier nog even wil blijven heb ik naar een ander hotel uitgekeken. In hotel Houng Khan is een lift, in tegenstelling tot het vorige hotel is er op de kamers een TV en een koelkast. Op de bovenste verdieping is bovendien een buitenterras en dat voor 8 dollar, 1 dollar meer dan het vorige hotel. Wat een luxe voor zo weinig geld. De volgende dag ga ik met de bus naar Chinatown. Er wonen veel Chinezen in Vietnam en die hebben hier als rechtgeaarde handelaren hun eigen marktplaats. Het is één grote verzamelplaats van alle denkbare goederen die te koop worden aangeboden en het blijft altijd een boeiende bezigheid om tussen al deze kraampjes te flaneren en de verschillende koopwaar te bekijken.



Met Hugo breng ik nog enkele dagen en vooral avonden door, voordat ook hij verder trekt naar Cambodja om daarna via Thailand weer naar België af te reizen. We maken de afspraak om elkaar later in eigen omgeving te ontmoeten. In mijn nieuw hotel heeft de receptioniste ondertussen een ontmoeting tussen mij en haar vriendin Phung gearrangeerd om mij een paar dagen gezelschap te houden. Dat komt mij wel erg vreemd over maar zeg daar geen nee tegen. Tenslotte kan ik wel een beetje gezelschap gebruiken en bovendien lijkt het mij erg positief dat zij Vietnamese is. Phung is 32 jaar, komt uit Dalat en werkt hier in een kledingbedrijf. Het blijkt dat we met Engels elkaar aardig verstaan. We gaan de volgende dag in gezelschap van haar zus, met de taxi naar het Dam Sen Park. Het is een mooi park met een prachtig Chinees theehuis, veel planten en erg bloemrijk. Er is een vogelverblijf, een tropische plantenkas en een aparte bonsaituin.



Phung heeft maar meteen voor de verdere week vrij gevraagd en we brengen enkele leuke dagen door. Op de vraag om haar woonruimte te mogen bezoeken krijg ik een ontwijkend antwoord maar na enig aarzelen, stemt ze hierin toch toe. Achter op haar bromfiets brengt ze me naar een klein huisje in een buitenwijk. Het is een erg kleine ruimte van 2 x 5 meter die ze samen huurt met nog twee andere meisjes. Een erg simpele inrichting met natuurlijk een TV. Ongeveer een kwart van de ruimte wordt ingenomen door een keukentje met een proviandkast en toilet en douche, de rest is kamer. In de "keuken" staat ook nog een losse trap waarmee men op de zolder komt. Ik mag ook hier kijken en zie een houten vloer met een matras waarop zij 's-nachts slapen… Ofschoon ik tegenstribbel moet ik mee-eten en gedrieën maken ze van de aanwezige groeten, rijst en kip een maaltje. Ik krijg nog een appel als dessert. Alle drie de dames hebben een baan en staan elke morgen om 5 uur op om naar hun werk te gaan. Ik krijg deze avond groot respect voor Vietnamezen. Maandag 17 februari maak ik een excursie naar de Cao Dai Tempel. Dit is een bijzonder kleurrijke tempel waarin verschillende geloven zijn verenigd die hier gezamenlijk hun diensten doen. Elk geloof heeft zijn eigen vaak kleurrijke kleding. In de middag brengen we een bezoek aan de Cu Chi tunnels, bekend van de oorlog en een verzamelnaam van een tunnelsysteem dat enkele honderden kilometers lang is. De tunnels zijn uit verschillende lagen opgebouwd en dienden ten tijde van de oorlog o.a. voor militaire opslagplaatsen en verpleegruimten. Gedurende de oorlog speelde het leven van de Vietnamezen zich af in de tunnels. Men kan deze tunnels bekijken om zodoende enig inzicht in dit listige bouwwerk te krijgen. Buiten deze tunnels is er ook veel oorlogsmaterieel te zien zoals de in die tijd gebruikte boobytraps en andere wreed oorlogstuig.



Op een zondag gaan Phung en ik op de bromfiets naar een Boeddhistische tempel aan de rand van de stad. Zoals in veel tropische landen doen de vrouwen er alles toe om er zo blank mogelijk uit te zien o.a. door zich te poederen. Op de bromfiets lost men dat op door een grote witte doek voor het gezicht te binden en de armen te bedekken met aparte mouwtjes, ook Phung doet dit. Bij de tempel gekomen gaat ze mooie gele bloemen kopen. Het is hier een drukte van belang en door een wirwar van smalle straatjes komen we uiteindelijk bij het tempelcomplex waar zich verschillende tempeltjes bevinden. Phung heeft ook nog fruit en wierook gekocht en gaat alle tempeltjes af waarbij ze heel devoot haar gekochte spulletjes verdeeld, ondertussen gebeden prevelend. Ze lijkt in een soort trans en ik ben haar geregeld kwijt. Aan het eind van haar sessie gaan we ergens eten en het blijkt dat men hier weinig toeristen ziet. We worden omringd door verschillende zenuwachtig lachende vrouwen. Hun ook nieuwsgierige kindertjes worden op afstand gehouden. Er worden mij allerlei vreemde etenswaren aangeboden en nu blijkt het voordeel om Phung bij me te hebben. Ze kan alles voor me vertalen en geeft uitleg over de verschillende etenswaren. 24 februari is de voorlaatste dag van mij in Vietnam en ik ga vandaag wat souveniertjes inslaan voor het thuisfront. Naast een kadootje geef ik Phung al mijn Vietnamees geld wat ik overheb en wat ze dankbaar aanvaart. Ze spaart namelijk voor een in dit land onmisbare eigen bromfiets. In een internet-cafe heb ik voor haar een eigen e-mail-adres geopend met de afspraak dat we via e-mail kontakt zullen houden.



Ik zal Saigon wel missen, de duizenden motorbikes op de weg, de duizenden paar ogen die steeds vragend op je zijn gericht en je steeds in de gaten houden, die typisch Aziatische uitstraling van tevredenheid en natuurlijk ook die heerlijke tropische warmte. Dinsdag 24 februari, 5 uur 's-morgens, met m'n tas en koffer in de nog diepe duisternis van Saigon, op weg naar mijn bus in het centrum. Toch nog veel mensen op straat. "Where you go?" en "You motorbike?". Nee, ik ga te voet, beetje ochtendgymnastiek. Ik ben niet de enige, in het park zie ik al veel mensen bezig met Ti Chi. Precies 6 uur vertrek. Ik heb gekozen voor een luxe bus. Wel duurder maar geen overstap aan de grens in een of andere Cambodjaanse hobbelbus. Dit met het oog op de slechte wegen in Cambodja. Een gewaarschuwd mens…… We rijden Saigon uit en ik zie weer druk verkeer met wat auto's maar voornamelijk motorbikes die de mensen naar school of werk brengen. Een korte stop onderweg. Ik denk voor een plasstop, niemand zegt iets. Weer verder. Weer een stop, nu op een drukke markt. Niemand zegt iets. Verkopers vliegen op ons af met drank, eten etc. Mensen gaan naar buiten en halen ergens eten. Ik heb wat biscuitjes bij me en water voor de lange bustocht. Ik zoek ergens een toilet maar weet niet hoelang de pauze is dus ik maak het kort. Maar goed ook want plotseling hoor ik de motor weer ronken. Het blijkt dat we voor een pont hebben gestaan. We vertrekken naar de overkant en rijden naar Moc Bai, de grensplaats tussen Vietnam en Cambodja. Onderweg komt de bijrijder de paspoorten ophalen en vraagt mij om nog een ander document wat ik niet heb. Hij kijkt nors en begint met iedereen te praten. Het gezelschap van de bus bestaat uit 10 mensen maar ik merk nu dat ik de enige toerist ben. De anderen zijn Vietnamese of Cambodjaanse grensbewoners. Iedereen kijkt ernstig dus doe ik dat ook maar. De Vietnamese grens is geen probleem en we komen hierna in een stukje niemandsland. De grote Cambodjaanse grensovergang nodigt mij uit maar we moeten even wachten voordat de chauffeur terugkeert met onze grensdocumenten.



We rijden door en ik zucht opgelucht. We moeten even verder echter opnieuw stoppen bij de douane, nu voor controle van onze bagage. Wij moeten met onze bagage in een vertrek plaatsnemen waar na lang wachten norse grensbewakers ons stuk voor stuk uitnodigt om de hele bagage om te kieperen voor inspectie. Dat gaat natuurlijk erg langzaam maar ik heb nog een maand voor ik naar huis ga, dus ik wacht geduldig. Natuurlijk gaan de heren ook nog even lunchen maar ik ben al blij dat het geen siesta wordt want even later gaan ze weer verder met controle. De douaniers geven alleen vingertekens en wijzen maar, zeggen niets en kijken voortdurend nors. Ik probeer zelf een beetje opgeruimd te kijken om de sfeer te verbeteren maar het werkt niet. De passagiers zijn overdreven gedienstig in het openen van hun tassen en bagage. Nu komt mijn bagage aan de beurt en ik schaam me bij voorbaat voor de inhoud want iedereen kijkt hier altijd mee. Plotseling gaat de vinger van de douane naar mijn koffer, hij kijkt me aan en zegt: "finish". Daar begrijp ik niets van maar hij herhaalt: "finish" en wuift met zijn hand. Ik pak mijn boeltje op, kijk een beetje meewarig naar de andere buspassagiers en vraag me af of het land op deze wijze de toeristen wil paaien? Dan volgt een niet te beschrijven hots-knots route van ruim 6 uur over een erbarmelijke stoffige en met stenen en gaten bezaaide weg. Niet te beschrijven en dat probeer ik dus ook maar niet. Nu blijkt het voordeel van een goed gekozen bus en vooral dan van een goed verende bus want die vangen de grootste gaten op. Ook grote kuilen worden namelijk met dezelfde snelheid genomen… Onderweg krijgt de bijrijder een telefoontje via zijn mobieltje waarna hij naar mij komt en opnieuw om mijn paspoort vraagt. De grenspolitie schijnt gebeld te hebben en die wil een kopie van een formulier in mijn paspoort. Alom paniek en opnieuw wordt ik door de anderen een beetje schuin aangekeken. De chauffeur stopt in een dorp en de bijrijder gaat met mijn paspoort op zoek naar een kopieapparaat wat hem weldra lukt en we rijden verder. Na een tijdje stopt de bus opnieuw en een tegemoetkomende bus wordt opgehouden waaraan de kopie wordt meegegeven. De bijrijder neemt nu het stuur over en met een rotvaart gaat het richting Phnom Penh. Hij wil waarschijnlijk de tijd inhalen en dat lukt hem wonderwel. Zonder ongelukken komen we omstreeks het geplande tijdstip 's-middags aan op het busstation van Phnom Penh. Na het luxe Thailand via het minder luxe Vietnam naar het arme (en dan ECHT arme) Cambodja. 5 x Nederland, 15 miljoen inwoners en……miljoenen landmijnen. De oorlog is nog maar net voorbij. De armoede is overigens nog niet voorbij. Phnom Penh, de hoofdstad, warm heet en stoffig. Ik laat me naar het TAT-guesthouse brengen. De fietstaxi weet echter niet goed de weg en blijft maar rijden. Ik krijg last van m'n zitvlak maar ook meelij met die arme stakker. Samen met m'n bagage is het toch al gauw 80 kg. wat hij over niet al te beste wegen en vaak zandwegen moet vervoeren. En dat met die hitte. Met hier en daar vragen lukt het hem tenslotte het guesthouse te vinden en ik geef hem een dikke fooi. Het guesthouse heeft op de bovenverdieping een heerlijk open terras, heeft internet en het is er goed toeven.



In Phnom Penh zijn alleen de hoofdstraten redelijk goed geasfalteerd. De binnenstraten bestaan uit stoffig zand en steenslag. Het verkeer, meest motorbikes zoals in Saigon maar dan minder in aantal, werpt een hoop stof op wat overal binnendringt. Op straat veel invalide, meestal veroorzaakt door ontplofte mijnen. 's-Avonds zie je op straat hier en daar open brandjes. Het blijken brandjes voor de barbecue te zijn wat hier erg populair is maar wel zorgt voor veel stank en vette lucht. Het eten is niettemin overheerlijk. Ik bezoek dezer dagen de beruchte Tuol Sleng gevangenis. Een lagere school die door de Rode Khmer tijdens het Pol Pot regime tot gevangenis werd omgebouwd en waar talloze onschuldige Cambodjanen werden gevangen gezet en gemarteld.



Ik zie hier de cellen van 1,5 bij 1,5 meter met alleen een gat in de vloer. Ik zie ook de martelkamers waarin nog de originele werktuigen te zien zijn waarmee verschrikkelijke martelingen werden uitgevoerd. De dode gevangen werden afgevoerd naar de Killing Fields waar ze in massagraven werden gegooid. Een bromfiets-taxi brengt me de andere dag over opnieuw erg slechte en stoffige zandwegen naar deze Killing Fields waar verschillende ondiepe kuilen stille getuige zijn van deze massagraven. Er staat nog de boom waar kinderen tegenaan geslaan werden of waarbij de kinderen omhoog gegooid werden om met de bajonet te worden opgevangen. Zo spaarde men kogels uit…



In het midden van het veld staat een hoge zuil waar botten en schedels van de slachtoffers liggen opgeslagen. Het is de gruwelijkste periode uit de Cambodjaanse geschiedenis en vele Cambodjanen van nu hebben deze periode meegemaakt of heeft hierbij familieleden of kennissen verloren. Buiten het centrum zie je veel armoede terwijl je hier en daar ook de opleving en modernisering van het nieuwe Cambodja kan waarnemen. Ik ben ook nog even langs de Thaise Ambassade geweest die enige tijd geleden tijdens een woedeaanval van Cambodjanen geheel is uitgebrand. Een vrouwelijk parlementslid uit Thailand had verteld dat het gebied van Angkor Wat eigenlijk tot Thailand behoort en dat werd door veel Cambodjanen niet geaccepteerd. Thailand besloot daarna om de grens met het buurland te sluiten voor de Cambodjanen. Ik bezoek ook even de Russische markt en neem later op de dag een heerlijk Cambodjaanse massage. Op 6 maart ben ik 's-morgens om zeven uur opgestaan om me na een heerlijk ontbijt met een motorbike af te laten zetten bij het Centraal Station. Het ligt er verlaten bij. Mooi wit gebouw maar erg verwaarloost. Binnen zie ik links en rechts zes zwarte gaten in de muur. Geen kaartjes vandaag? Op het station zie ik enkele mensen. Komt er misschien toch een trein? Ga nu te voet verder, wil naar de echte backpackersbuurt, gelegen aan een meer. Ik zit zelf iets meer in het centrum, voor een backpackersprijsje, dat wel. Godverd….wat is het heet!!! Het water loopt gewoon in m'n ogen en m'n onderhemd. Ik draag dit vaak om het ergste zweet op te vangen, maar het is nu al drijfnat. Dat kan nog wat worden vandaag. Ik had niet zo vroeg hoeven op te staan want ook 's-morgens is het al heet! Toch vrolijk neuriënd verder, heb er tenslotte zelf voor gekozen. (En nog geen moment spijt). Ben nu al twee maanden hier en heb nog geen druppel regen gehad. De temperatuur loopt elke dag op en is nu zo'n 38 graden in de schaduw! Ik loop verder en kom langs de Engelse en Franse ambassade. Grote gebouwen met hoge dikke muren en daaroverheen ook nog eens prikkeldraad. Kom ook langs het oud Olympisch Stadion, in vervallen staat. Het nieuwe Stadion is heel modern. Ik vraag me af of en wanneer hier ooit Olympische Spelen hebben plaatsgevonden. Maar waar is nu die Backpackerswijk? Ben al zeiknat van het zweet en die platte gronden kloppen voor geen meter. Vragen aan mensen heeft geen zin, je kunt net zo goed iets aan bomen vragen. Ze kijken je alleen maar niet-begrijpend aan. Ik vind ergens een binnenweggetje, kom bij wat vervallen hutjes en dan bij iets wat op guesthouses lijkt. Stap een willekeurig guesthouse binnen dat meteen gezellig aandoen. Het grenst met de achterkant aan een groot meer en is rijkelijk voorzien van vele paarse en rode chrysanten. Ik zie verschillende backpackers luieren in de hete zon aan het water. Pffff….. die zijn nog niet zo lang hier, denk ik. Er is ook een schaduwrijk plekje. Ziet er erg romantisch uit en ik val dan ook meteen neer in een van de grote stoelen en bestel eiskafee.



Ik maak er maar gelijk een siesta van en neem na deze rustpauze een heerlijke lunch. Na nog even door de TV van het laatste nieuws op te hoogte te zijn gebracht, vertrek ik rond vier uur en ga naar het centrum van de stad. Phnom Phen (1 miljoen inwoners) en vooral het gebied langs de Tongle Sap rivier, geeft prachtig weer hoe het oude en toen nog onder Frans bestuur staande Phnom Penh er uit moet hebben gezien. Aan de boulevard staan nog de koloniale gebouwen uit de Franse periode en kijkt men vanuit de terrasjes uit op de rivier. Ik denk hierbij aan de Franse koloniale periode toen Cambodja een toonaangevend land was en ver vóór lag op de omringende landen. De gebouwen hier aan de boulevard getuigen daar nog van. Nu, na dertig jaar oorlog is het precies omgekeerd. Diepe armoede en alles in verval.



Aan de boulevard kan men het imposante en 's-avonds mooi verlichte Royal Palace bewonderen dat men overdag kan bezoeken. Aan een eeuwenoud en nu verwaarloosd park ligt het prachtige in terracotta gebouwde Nationaal Museum, omzoomd door rijen palmbomen. Om precies zes uur ben ik bij dit museum om te kijken naar het dagelijks op hetzelfde tijdstip uitvliegen van duizenden vleermuizen die de hele dag onder het dak van het museum hangen. Het is een spektakelstuk dat wereldberoemd is…Maar hoe ik ook wacht, ditmaal geen gevlieg en het is inmiddels stikdonker geworden! Volgende keer dan maar! Ik slenter nog even door het inmiddels verlichte centrum en maak praatjes of doe pogingen daartoe met Cambodjaanse bedelaartjes. Moe van het vele lopen maar ook gezien de onveiligheid 's-avonds op straat laat ik me even later met een motorbike terugbrengen naar m'n guesthouse. Ik verlang naar een koude douche maar ik krijg eerst heet water als ik de koude kraan openzet voordat uiteindelijk het koude water over me neerplenst. Wat kan koud water dan toch heerlijk zijn. In de vroege ochtend van de volgende dag vertrek ik met een grote passagiersboot voor een vijf uur durende tocht over het Tongle Sap Meer naar Siem Reap om daar de beroemde Angkor Wat te gaan bezoeken. Sommigen gaan boven op het dek zitten of liggen. Daar kun je straks heerlijk verbranden want de zon doet alweer behoorlijk z'n best. Ik ga voorlopig benedendeks en bekijk het wel vanachter de ramen. Het is een echte toeristenboot met zo'n honderd passagiers waaronder opvallend veel Franse op leeftijd. Waarschijnlijk oud-kolonialen die even de oude tijd willen doen herleven.



Met 40 kilometer per uur vaart onze boot langs dorpjes op het water en paalwoningen langs de kust. Ook zie ik veel vissers in bootjes met grote netten. Na 1 uur varen bereiken we open water en gaan het grote Tongle Sap Meer op. De kust wijkt uiteen en is op vele plaatsen niet eens meer te zien! Ik ga ook even op het dek waar het door de wind nu goed uit te houden is. Dan naderen we Siem Reap. Vele kleine bootjes varen ons tegemoet en we moeten hierin overstappen. De bedoeling hiervan is niet uitgelegd en wie moet in welk bootje? Een typische vorm van werkverdeling? Maar waar is nu mijn bagage? Het duurt nogal even voordat iedereen zijn bagage heeft gevonden. Paniek alom als er bootjes wegvaren en sommigen hun bagage missen. Pas op het laatste moment zie ik mijn eigen trouw koffertje helemaal onder de stof somber naar me opkijken, hij was helemaal onderop terecht gekomen. Dan komen we aan in de haven of wat daar voor moet doorgaan. Het is één grote wanorde. Aan kraampjes die tot in het water staan worden allerlei etenswaar aangeboden en er is geroep en gegil van alle kanten. Dit alles onder de inmiddels bloedhete zon en met een broeierige lucht van stinkende vis en rottende eieren. Het geroep is van de vele koeriers van diverse hotels en guesthouses die smeken om de gunst van vervoer. Sommigen hebben een naam op een bord. Ik heb twee opties waarvan 1 guesthouse via internet en 1 op advies van een Hollandse backpacker. Tot mijn stomme verbazing zie ik plotseling mijn eigen naam op een bordje staan. Achteraf blijkt mijn vorige guesthouse-eigenaar in Phnom Penh aan een guesthouse hier mijn naam te hebben doorgegeven, zonder dat ik dat weet. De Aziatische handelsgeest ontbreekt ook hier niet maar ik ben er wel blij mee. Alleen mijn blik is al voldoende en voor ik het weet zit ik achter op een motorbike en ligt mijn koffer tussen de benen van de driver. Het weggetje is typisch Cambodjaans. Zand, grind, steenslag en een en al gat en bult. Ik kan me met moeite zittend houden totdat een motorbike langs me komt en me toeschreeuwt dat iets verder een tuktuk me opwacht. Inderdaad is dat na een half uur(!) het geval. En nu wordt het anders. Ik mag plaatsnemen in een prachtig beschilderde tuktuk. Als een vorst zit ik nu op mooi geborduurde zijde kussens in een twee persoons tuktuk en voel me ineens super. Het gaat nu over mooi geasfalteerde wegen naar mijn nieuwe home en ik geniet met volle teugen.Wat kan het leven in al zijn simpelheid toch mooi zijn.



Het vervoer blijkt ook nog gratis te zijn. In het guesthouse wordt ik ongewoon hoffelijk ontvangen en krijg ik de "beste" kamer aangeboden en dat voor maar $ 4,= p.n. Wat een luxe! Drie dagen later ben ik toch naar een ander guesthouse gegaan omdat de "luxe", hoe goed bedoelt ook, werd overschaduwd door een erg rumoerige omgeving. Het washuis grensde aan mijn altijd open raam maar het werk begint hier al om half zes 's-morgens en dan tot 10 uur 's-avonds! Bovendien liet een voor mij onbekend dier (kalkoen?) 's-nachts regelmatig van zich horen, en hoe! De zolder bestond bovendien uit houten planken en daar sliep het personeel. Dus heel vroeg en heel laat niets dan gebons! Mijn nieuwe guesthouse wordt door een familie gerund en bestaat uit vader, moeder en vier dochters die gezamenlijk de boel bijhouden. Alleen de (vrouwelijke) kok is een vreemde eend in de bijt, maar is wel erg goed!



Ik ben nu in Siem Reap dat een uitvalsbasis is voor hen die een bezoek willen brengen aan de tempelruïnes van Angkor Wat. Angkor is de hoofdstad van het oude Khmer-rijk, dat al in de 8e eeuw na Christus werd gesticht en zich uitstrekte tot aan Zuid-Vietnam en China. In dit gebied zijn eeuwen achtereen meer dan 100 tempels gebouwd door de diverse heersers van het voormalige Khmer-rijk. Eeuwenlang was het bestaan van de tempels een mythe en waren zij geheel overwoekerd door de jungle totdat een Franse expeditie begin 1900 de ruïnes ontdekte. Inmiddels zijn de meeste tempels vrijgemaakt van lianen, struiken en bomen en zijn vaak prachtig gerestaureerd of is men bezig met restauratie. Sommigen bezoeken deze tempels één dag, anderen doen er twee dagen over en zelfs zijn er toeristen die een 6-dagen kaart kopen. Zo groot en uitgestrekt is het gebied.



Met de tuktuk ga ik 1 dag enkele tempels bezoeken. De driver is mijn gids en hij heeft een leuke route voor me uitgezet met bezoek aan de volledig ommuurde Angkor Thom en de Bayon met zijn vele torens waar op elke zijde een gezicht is uitgehouwen. Vervolgens gaan we naar Preah Khan waarop mooie bas-reliëfs zijn aangebracht en via de prachtige jungletempel Ta Prohm tenslotte naar de Angkor Wat, de grootste en best gerestaureerde tempel. Het is een aparte belevenis waarbij fantasie en werkelijkheid elkaar regelmatig tegenkomen. Evenals in Phnom Penh zijn ook in Siem Reap de Killing Fields die ik bezoek met een gehuurde fiets. Ook ga ik deze dag naar een mijnmuseum. Dit mijnenmuseum is door een 29-jarige Cambodjaan opgericht. Hij heeft in de oorlog zijn beide ouders verloren en heeft zelf verschillende mijnen gelegd. Nu helpt hij bij het verwijderen van de duizenden mijnen die er nog steeds liggen! Ik blijf hier nog enkele dagen voordat ik vertrek naar Thailand. Dat doe ik met opnieuw een urenlange busreis over de bekende zandwegen naar de Thaise grens bij Poipet.



Geen problemen aan de grens en met een busje worden we over nu voor ons superwegen naar Bangkok gebracht. Ik ga nog even van een heerlijke strandvakantie genieten in Pattaya waarbij ik nog enkele bekenden ontmoet. Na een weekje ga ik via Bangkok moe en voldaan en terugkijkend op een uitermate boeiende rondreis, met het vliegtuig terug naar Amsterdam. Ik ben blij verrast als Jeroen me komt afhalen op Schiphol waarbij ik in geuren en kleuren mijn verhaal direct aan hem kwijt kan. We maken samen alvast wat vage plannen voor een hernieuwde kennismaking met Azië, het werelddeel waar we allebei erg van zijn gaan houden.
© 2004-2015 Pieter Aarden
Op alle foto's en teksten op deze website berust © kopieerrecht.
Van deze website mag niets zonder schriftelijke toestemming worden overgenomen of gebruikt op welke wijze dan ook.

All photo and text used on this website is © copyrighted material, reproduction or usage without written permission is prohibited.


Bezoekers