Backpackend door Thailand (tijdens Tsunami) 2004

Woensdag 8 december 2004 brengen Agnes en Emie mij met de auto naar het station in Tilburg waar ik op de trein stap die me naar Schiphol brengt. Ik heb deze keer plannen om enige maanden backpackend door Thailand te trekken, te starten in het zuiden en daarna wel zien waar ik uitkom.

In het vliegtuig van China Airlines zit ik naast een Deens meisje dat naar Birma gaat en wat een gezellige reisgenote blijkt te zijn. In Bangkok neem ik meteen een doorvlucht naar Krabi in het Zuiden van Thailand en neem mijn intrek in het Hollywood guesthouse. Nederlandse backpackers hebben een jaar geleden de keuken van dit guesthouse vernieuwd (voor nop) en mochten als dank hiervoor gratis enige tijd in het guesthouse verblijven. De eigenaars hadden een goede deal gedaan want de keuken was van een simpel kookhok veranderd in een moderne en praktische keuken.

Na enkele dagen in Krabi te hebben geacclimatiseerd, het stadje te hebben bekeken en via internet het thuisfront te hebben bijgepraat, vertrek ik 12 december per boot naar het paradijselijke eiland Ko PhiPhi.



De boottocht met voornamelijk backpackers, brengt ons over een kalme zee en onder een tropische zon in ongeveer anderhalf uur naar het eiland. Superlatieven schieten tekort om dit tropisch eiland te beschrijven. Ik vind een eenvoudige slaapplaats in het Orchid House waar ik allereerst ga internetten. Op het eiland zijn vele slaapgelegenheden, waaronder enkele hotels en veel mooie resorts. Vanuit het eiland kun je deelnemen aan boottrips naar mooie duik- en snorkelplaatsen. Daar maak ik dankbaar gebruik van en vermaak me heerlijk met een middag snorkelen. Voor mij een niet alledaagse bezigheid maar een heerlijke ervaring om op deze manier met het kleurrijke onderwaterleven kennis te maken. Het eiland heeft een prachtig groot en breed zandstrand wat zich overal toe leent. Tijdens de donkere avonden is er op het strand vuurdansen. Met brandende fakkels in de handen maakt men ronddraaiende bewegingen en begeleid door goede muziek zorgt dit voor een waar vakantiegevoel. Ofschoon het hier aangenaam toeven is neem ik drie dagen later de boot terug naar Krabi om van daaruit naar de andere kant van Thailand te vertrekken om ook daar enkele bekende eilanden te bezoeken.

Ik overnacht in Krabi in hetzelfde guesthouse als de vorige keer en ga diezelfde dag nog boeken voor de bus naar Surat Thani en boek tevens voor de boot die me van Surat Thani naar Ko Samui moet brengen. Een gele sticker op mijn revers zorgt ervoor dat ik de volgende dag ”vrij” mee mag met bus en boot. Op de boot bevinden zich weer een groot aantal backpackers die al met al voor een aangenaam sfeertje zorgen. Meestal zittend of liggend op het dek, al lezend en keuvelend tijdens de vaartocht. Na ongeveer vier uur varen arriveren we op Ko Samui. Met een songtaew, een open-bestelbus met zitbanken die veel in Azië worden gebruikt als openbaar vervoer, worden we afgezet in de kustplaats Hat Lamai. Hier vind ik een leuke vrijstaande bungalow in het Magic resort op loopafstand van de kust. In een aangename temperatuur bezoek ik verschillende strandjes en neem een kijkje in de duurdere badplaats Hat Chaweng waar ook oud-minister Remkes zijn vakanties vaak doorbrengt. Ook hier hangt weer die gezellige ”niks-moet” sfeer en is er dat heerlijke Thaise eten waardoor ik eigenlijk langer wil blijven. Zoals steeds heb ik echter ook nu weer dat ”doorreisgevoel” en boek, na hier drie dagen te zijn geweest, een ferrie die me naar het eiland Ko Phangan zal brengen.

Ik vertrek vanuit de Big Boeddha Beach, gadegeslagen door een groot Gouden beeld van Big Boeddha, om na ongeveer een uur varen, aan te komen op het eiland Ko Phangan. Dit eiland is vooral onder studenten bekend als het eiland waarop maandelijks de Full Moon party plaatsvindt en dat wil ik ook graag eens meemaken. Een leuke bungalow is hier snel gevonden. Een simpel houten optrekje waarin een bed, eigen wasgelegenheid en toilet maar ook een balkon met hangmat. Wat wil een mens nog meer en dat allemaal op maar enkele meters afstand van het strandgebeuren!



The place to be is Haad Rin Beach waar elke maand de Full Moon party plaatsvindt. Het is een leuke badplaats met aardig wat resorts en restaurantjes met internationale keuken. Dure hotels vind je hier bijna niet en alles is merkbaar ingesteld op studenten en alternatieve jongeren die zich hier volledig kunnen uitleven tijdens de strandfeesten. Onder luide non-stop discomuziek vermaken de aanwezigen zich ’s-avonds op het strand in de volle maneschijn met het aanschouwen van lichtshows en wordt er gekletst en gedronken. De drank wordt met rietjes genuttigd uit emmertjes waarin Thaise whisky met redbull en veel ijs. De sfeer is buitengewoon gemoedelijk en gaat door tot in de late uurtjes. Op het eiland is het aangenaam verpozen. Mijn dagen bestaan uit het verkennen van de directe omgeving en met een songtreaw (typisch Thaise taxi) bezoek ik verschillende prachtige beaches op het eiland. Ik bevind me in een waar paradijs!



Na een week vertrek ik naar de andere kant van het eiland en bezoek ik het stadje Thong Sala. Wanneer ik hier ga internetten tref ik in mijn mailbox een berichtje van Jeroen. Hij vraagt me met spoed te melden waar ik momenteel zit want er is sprake van een Tsunami waarbij een groot gedeelte van het strandgebeuren in Indonesië en Thailand is overspoeld. Op het internet en op de TV zie ik de ramp die zich aan het voltrekken is. Het blijkt dat ik op tijd uit Krabi en PhiPhi ben vertrokken aangezien ook daar de vloedgolf heeft toegeslagen en vele slachtoffers heeft geëist.

De dagen hierna volg ik op de plaatselijke TV en op internet het trieste gebeuren waarbij, naar later blijkt, duizenden slachtoffers zijn te betreuren. Op het eiland waar ik me nu bevind in Thailand is niets van dit alles te merken en gaat het leven gewoon door. Ik vermaak me hier erg goed, bezoek enkele watervallen en prachtige strandjes. Ik bezichtig een mooie Chinese tempel. Hier kom ik in gesprek met een 72-jarige Australiër die al 20 jaar op dit eiland woont. Hij vertelt mij over het vroegere eiland toen er alleen in Thong Sala aangelegde wegen waren en er op het eiland verder geen water en elektriciteit was. Dank zij het ”ontdekken” door de backpackers hebben dit soort gebieden zich kunnen ontwikkelen tot wat het nu is.

Bijna ongemerkt gaat het jaar over van 2004 naar 2005. Nieuwjaar wordt hier vrijwel alleen door de toeristen gevierd. Thailand heeft wat later in het jaar een eigen Nieuwjaar en herdenkt dit altijd op zijn eigen grootse wijze. Tijdens deze Nieuwjaarsviering besmeurt men elkaar met wit poeder en overgiet men elkaar met water om hierdoor de zege over de nieuwe rijstoogst af te roepen.

Binnenkort gaat de duur van mijn visum verlopen en moet ik zo snel mogelijk naar de grens van Myanmar om daar een stempel te halen waardoor ik weer drie maanden in Thailand mag verblijven. 2 Januari verlaat ik Thong Sala en ga ik met de boot naar het vaste land en daarna met de bus naar Ranong waar ik eerst een uitreisstempel in mijn paspoort laat zetten. Hierna word ik met nog twee andere toeristen in een roeiboot over een vrij wilde zee naar de Myanmar border gebracht. Hier worden, tegen de nodige leges, enkele stempels in mijn paspoort gezet, waarna op het vaste land van Thailand een nieuw inreisvisum wordt afgegeven. Het einde van de dag is inmiddels aangebroken en in het iets verder gelegen stadje Chupon breng ik de nacht door, na me eerst met een heerlijk Thais etentje te hebben verwend.



De volgende morgen neem ik hier de trein die me in 3 uur naar Hua Hin brengt. Dit is een bij toeristen erg populaire badplaats en dat is duidelijk merkbaar wanneer ik op zoek ga naar een slaapplaats, all full. Door de Tsunami zijn veel toeristen naar deze badplaats uitgeweken. Het lukt me uiteindelijk in Pattanathai House een leuk onderkomen te vinden, met TV.



Vanuit Hua Hin breng ik dezer dagen een bezoek aan het zomerpaleis Phra Ratchaniwet Marukhathayawan, gebouwd gedurende de regeerperiode van King Rama VI. Het twee verdiepingen tellende paleis is geheel opgetrokken uit eerste klas teakhout en ligt direct aan de zee. Het is een aparte gewaarwording wanneer je door de statige gangen van dit geheel vergulde en open paleis loopt. De andere dag ga ik met de bus naar het iets verder gelegen Cha Am. Dit is eveneens een badplaats maar dan een waar bijna alleen Thaise badgasten verblijven. Die pik je er zo uit want Thaise badgasten gaan meestal met hun kleren aan de zee in.



In Hua Hin bezoek ik diezelfde dag de uitgebreide en mooie avondmarkt en vertrek de andere dag met de bus naar Petchaburi. Ik verblijf hier in een eenvoudig hotelletje en ga de komende dagen wat verkenningen doen. Zo bezoek ik de eerste dag het op een hoge berg gelegen King Monkut’s palace Phra Nakhon Khiri. De klim is behoorlijk inspannend, temeer daar het onderweg en in de bomen wemelt van de apen en je weet hoe apen kunnen zijn!



In het stadje bezoek ik de volgende dag verschillende tempels waartoe een speciale route is uitgezet. Vanuit het langs de Mea Nam rivier gelegen Rim Nam restaurant geniet ik van het leven in en op deze rivier. Zo zie ik regelmatig kaaimannen de rivier op en af zwemmen en zie ik kleine schildpadjes in het water. Verder geniet ik van prachtige kolibries die zich hier regelmatig vertonen.



Met de bus vertrek ik de andere dag naar Bangkok om vandaar, eveneens per bus verder te trekken naar de bekende badplaats Pattaya. Ik ben hier al vaker geweest en ontmoet er diverse vrienden waarmee ik enige tijd optrek. Het lijkt wel vakantie!

Deze keer houd ik het hier niet lang vol en vertrek 24 januari om mijn vooraf gemaakte ruwe planning te vervolgen. Met de bus ga ik via Rayong naar Trat waar ik overnacht in een simpel en eenvoudig guesthouse. De volgende dag ga ik per boot naar het eiland Koh Chang en geniet hier drie dagen van een weldadige rust aan een breed en uitgestrekt zandstrand waarbij ik bivakkeer in een echte strandhut, vlak aan een rustige zee.



Na deze heerlijke onderbreking ga ik terug naar Trat en gaat mijn tocht verder naar Cambodja. Dat doe ik via de grensovergang in Hat Lek. Na wat noodzakelijk gestempel bij zowel de Thaise als de Cambodjaanse douane, word ik achter op een bromfiets naar het eerstvolgende stadje in Cambodja, Koh Kong gebracht. Een leuk guesthouse is hier snel gevonden evenals een plaatselijke bank waar ik wat Amerikaanse Dollars in Cambodjaanse Riel om laat wisselen. Met dollars kan je hier goed terecht maar als je wat langer blijft is de Riel wel makkelijker.

Ik ga vanuit Koh Kong met een bus naar de bekende badplaats Shihanoukville maar het wordt wel een avonturenreis. De bus doet er de hele dag over en de rit gaat alleen maar over ongelijke zandwegen en dat allemaal in een helse zon. Gelukkig is er airco in de bus. Onderweg moeten we vier keer een rivier oversteken. Dat overzetten gebeurd met simpele en gammele vlotten en neemt, inclusief het wachten, telkens een hele tijd in beslag. Ik heb echter de tijd en geniet met volle teugen van dit buitenwerelds gebeuren.







In Shihanoukville heb ik een afspraak met een Belgische kennis Hugo die ik een jaar eerder in de hoofdstad Phnom Penh tegenkwam. Ik neem hier mijn intrek in een erg romantisch en prachtig gelegen Mealy Chenda guesthouse. De keuken is erg goed en uitgebreid waarbij het restaurant gelegen is op de bovenverdieping en het eten wordt genuttigd op een groot balkon met wijds uitzicht. Shihanoukville heeft een inmiddels ook bij de toerist aardig bekend geraakt breed en mooi strand. Natuurlijk bezoek ik ook de markt waar je kennis kunt maken met de plaatselijke bevolking en wat mij altijd een heerlijk gevoel geeft.



Op internet stuur ik weer wat berichten naar het thuisfront terwijl ik met Hugo de avonduren vul met gezellig keuvelen aan de bar en wat pool- en biljartpartijtjes speel.



Cambodja heeft bij mij veel indruk achtergelaten. Je wordt snel geconfronteerd met de grote armoede die hier heerst. De bevolking is erg vriendelijk en relaxed en ik genoot vaak en geniet nog steeds van de uitspraak van de Cambodjaanse taal. Voor mij heel bijzonder.

Zondag 6 februari ga ik samen met Hugo terug naar Koh Khong, maar ditmaal doen we dat met een grote gesloten speedboot. We slapen hier in Hotel Asian en steken de volgende dag weer de grens over naar Thailand. Vanuit Trat gaan we met een luxe bus in vier uur naar Bangkok. Nadat Hugo een dag later naar Korat vertrekt waar hij een afspraak heeft, neem ik de nachttrein naar het populaire Chiang Mai in Noord Thailand. Ik neem hier mijn intrek in het Awana-house dat een Nederlandse eigenaar heeft. Chiang Mai wordt ook wel de ”Roos van het Noorden” genoemd en is de op een na grootste stad van Thailand. De stad is altijd met kleurrijke bloemen versierd. Toevallig wordt er juist het Chinese Nieuwjaar gevierd waartoe er een grote gekleurde en feestelijke optocht met vele draken en lampions door de stad trekt. Het is niet de eerste keer dat ik in Chiang Mai ben en ik voel me in deze stad altijd meteen thuis.

De laatste weken van mijn trip zal ik hier verblijven. Er zijn honderden tempels te bezichtigen in het ommuurde deel van Chiang Mai. De meest bekende tempel is de iets buiten de stad op grote hoogte gelegen Wat Doi Suthep vanwaaruit men een mooi uitzicht heeft op Chiang Mai. Elke avond is er een markt en op zondag een grote uitgebreide markt waar werkelijk van alles te koop is en te beleven valt.



Met een binnenlandse vlucht naar Bangkok en vandaar de terugvlucht naar Amsterdam komt er in maart een einde aan een lange afwisselende maar uiterst boeiende reis.

© 2004-2015 Pieter Aarden
Op alle foto's en teksten op deze website berust © kopieerrecht.
Van deze website mag niets zonder schriftelijke toestemming worden overgenomen of gebruikt op welke wijze dan ook.

All photo and text used on this website is © copyrighted material, reproduction or usage without written permission is prohibited.


Bezoekers