Reisverslag Indonesie (2004)

Nu het na de verkiezingen iets rustiger in Indonesië lijkt te zijn geworden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en me aangemeld bij FOX-Reizen om op 29 september deel te nemen aan een georganiseerde reis naar de twee bekendste eilanden van de Gordel van Smaragd, Java en Bali. Oorspronkelijk zouden we met Garuda vliegen maar deze Indonesische Maatschappij heeft zijn vluchten naar en van Schiphol per 1 oktober 2004 afgeschaft waardoor we nu met Malaysia Airlines vliegen. Daardoor maken we nu geen tussenlanding in Singapore maar in Kuala Lumpur in Maleisië. Na de stopover in Kuala Lumpur vliegen we naar Jakarta waar we de andere morgen al vroeg arriveren. Hier maakt onze groep die uit slechts 14 personen bestaat, voor het eerst kennis met elkaar en met onze reisleider Paul, een uit Java afkomstige maar goed Nederlands sprekende gepensioneerde militair van het na-oorlogse Indonesische leger. Hij maakt meteen gebruik van de lange dag die vandaag voor ons ligt om ons alvast iets van de hoofdstad Jakarta te laten zien. Door onze kleine groep hebben we alle ruimte in de bus die ons via een mooi aangelegde tolweg naar het Bahari Museum brengt. Dit museum is gevestigd in één van de vroegere pakhuizen van de VOC en laat ons veel interessants zien van het voormalige vissers- en zeevaardersleven, alsook van de VOC zelf.



In de haven Sunda Kelapa liggen een groot aantal schepen. We zien hier veel hardwerkende inlanders die nog op dezelfde manier als honderd jaar geleden, handmatig zware hardhouten balken, die dagelijks vanuit het binnenland worden aangevoerd, van het schip naar de kade brengen en dat vaak tegen een bijzonder karig loontje. We bezoeken in de buurt een vismarkt waarna we onze intrek nemen in het iets buiten het centrum gelegen Ibis-hotel. Onze bagage wordt keurig op de kamer afgeleverd. De volgende morgen worden we al vroeg gewekt en na een stevig ontbijt vertrekken we voor een korte stadstour door Jakarta. We rijden hierbij langs de 137 meter hoge zuil met een grote vlam, het Monas ofwel het Monumen Nasional midden op het Merdekaplein en stappen even uit bij de Mesjid Istiqlal, de grootste moskee van Zuid-Oost-Azie met in de schaduw de gotische Kathedraal. We stoppen ook bij het paleis van de pas nieuw gekozen president Susilo Bambang Yudhoyono, kortweg SBY genoemd en maken hier een korte wandeling door het prachtig tuincomplex. Na deze korte stadsrit vervolgen we onze reis voor een bezoek aan Bogor waar we even verblijven in de prachtige botanische tuin en hier verschillende tropische planten en bomen bewonderen. Bogor is bij de Nederlanders meer bekend als Buitenzorg dat in de koloniale tijd als vakantieoord dienst deed.



Op doorreis naar Bandung bezoeken we onderweg een tahou- ofwel tofu-bedrijfje wat gerund wordt door één familie die in nabijgelegen huisjes wonen. Zij zijn bijzonder vereerd met het bezoek en zwaaien ons na afloop enthousiast uit. Langs uitgestrekte theeplantages en door de mooie heuvelachtige Puncakpas, bereiken we Bandung. De stad ligt op een 800 meter hoog gelegen plateau en is momenteel de op twee na grootste stad van Indonesië. Liggend in een prachtige groen heuvelgebied is het er vaak koel waardoor zich hier indertijd verschillende Hollanders vestigden. Veel koloniale huizen zijn hier nu nog te zien. We lunchen in een mooi gelegen resort. Aan kinderen langs de weg delen we door ons meegebrachte balpennen en ballonnen uit die door gretige handjes liefdevol in ontvangst worden genomen.



In dorpjes onderweg komen we regelmatig stops tegen waar bij elke langskomende auto, door kinderen gecollecteerd wordt voor een te bouwen tempel in hun dorp. Die avond nemen we onze intrek in het Topas hotel in Bandung waar we enkele dagen zullen verblijven. 's-Avonds bezoeken we een groot warenhuis waar je in een typisch Aziatische eetgelegenheid, bestaande uit vele naast elkaar gelegen keukentjes, voor weinig geld een warme hap kunt bestellen. In het warenhuis bevindt zich ook een internetcafé waar menigeen dankbaar gebruik van maakt. Door de hoge ligging van ons hotel gebruiken we de volgende morgen op het buitenterras, bij een aangename temperatuur van boven de twintig graden, ons uitgebreid ontbijt. Vandaag maken we een trip naar Lembang. Rijdend langs verschillende rijstterrassen komen we bij de vulkaan Tangkuban Perahu waar verschillende souvenirverkopers ons reeds staan op te wachten. Daar hebben we zo vroeg nog geen trek in en we gaan meteen te voet naar de verderop gelegen vulkaan. Voor de verkopers is dat geen probleem want ze gaan met ons mee en zijn uitermate vriendelijk en behulpzaam op het heuvelachtig en soms glibberige pad naar de vulkaan. Sommigen spreken enkele Hollandse woordjes en laten dat duidelijk merken. Hun hele tactiek is er op gericht om iets aan ons te verkopen waarbij echter de overdreven aandrang ons steeds meer gaat irriteren. Als lastige vliegen zwermen ze om ons heen. Het weggetje naar de vulkaan gaat door een mooi natuurgebied en de werkende vulkaan zelf is best indrukwekkend met zijn vele pruttelende en stomende uitgangen. We zien ook verschillende gele zwavelafzettingen in het massief. De bij de meeste vulkanen bekende stinkende lucht valt hier gelukkig mee.



Aan het einde van dit bezoek kopen sommigen als afscheid van onze "helpers" toch nog wat souvenirs. De bus pikt ons weer op en we gaan nu naar de warmwaterbronnen van Ciater. Hier kunnen de liefhebbers zwemmen in zwavelhoudende baden wat erg goed voor de huid schijnt te zijn. Het sjieke Spa-resort is gelegen in een prachtige groene omgeving waar we na afloop een uitgebreide lunch gebruiken. Heerlijk uitgerust brengt de bus ons vervolgens naar een muziekschooltje in Pak Ujo waar we eerst genieten van Gamelanmuziek waarna een kinderenkoortje ons verblijd met een muzikaal optreden. Tijdens een zangserenade begeleiden ze zichzelf met een Angklung, een traditioneel Javaans houten instrument. Verschillende bekende Indonesische liedjes (Burung Kakatua) maar ook Hollandse (do-re-mi), bekend uit de film The Sound of Music, worden ten gehore gebracht. Het is een aangename verpozing.

De volgende ochtend staan we al vroeg op het plaatselijke stationnetje. Voor de verandering gaan we ditmaal met de trein waarmee we dwars door de afwisselende natuur met vele rijstvelden en langs rustieke dorpjes rijden. Na een dikke drie uur komen we aan in Banjar waar de bus ons opwacht die ons verder door het mooie natuurgebied van de Preanger naar Baturaden rijdt. We stoppen even bij een rivier en zien hier hoe Javaanse werklieden zand vanuit de rivierbedding in een bootje scheppen. Het is een soort zwart lava-zand wat later verwerkt wordt tot specie. Vanuit de bootjes wordt het zand in mandjes geschept die vervolgens door kranige mannen op hun rug tegen de steile rivierhelling naar boven worden gebracht. En dat allemaal ook hier tegen een schamel loontje. Bij een naburig volkswinkeltje wordt door sommige van ons meegebrachte kleding uitgereikt aan enkele vrouwen. Dat gaat in het begin wel wat moeizaam maar uiteindelijk wordt alles eerlijk verdeelt. We gaan vervolgens naar een rubberplantage waarbij onze gids ons het aftappen van de rubber laat zien.



Ook toont hij ons koffiebomen en de vrucht met boon alsook tabaksplanten en verteld hoe een en ander verwerkt wordt. Best interessant. We zien onderweg ook veel kapokbomen langs de weg waaruit we van de hoog in de top hangende vruchten de pluizen zien neerdwalen. We arriveren in Baturaden. Hier nemen we onze intrek in het op een heuvel gelegen Queen Garden Hotel waar we tijdens het diner kunnen genieten van een mooi uitzicht. Tijdens een wandeling in de omgeving maak ik kennis met een man die me aanroept. Hij nodigt me gastvrij uit in zijn huisje waarbij zijn vrouw me een kopje thee aanbied. De man vertelt me dat hij leraar Nederlands is, toont me zijn studieboeken en laat me trots enkele Nederlandse woorden horen. Voor een leraar Nederlands vind ik het maar van een bedenkelijk niveau maar houd wijselijk mijn mond. Hij laat me ook enthousiast zijn nabij gelegen schooltje zien en verteld honderduit over zijn leven en zijn plannen voor de toekomst. Later op de avond in het hotel neem ik een heerlijke massage, en dat voor maar $ 5! De volgende morgen vertrekken we na het ontbijt voor een lange busrit waarbij we onderweg een stop maken bij een ganzenhoeder, een bekend beeld bij de rijstvelden. De ganzen zijn erg nuttig omdat ze alle onkruid tussen de rijst wegpikken en de rijst zelf bemesten.



Ook zien we hier hoe een boer met twee buffels een modderveld omploegt. Tijdens de soms lange busreizen verteld onze reisleider Paul vaak interessante voorvallen. Toen tijdens de oorlog enkele militairen in Java een kokosnoot wilde hebben die hoog in een boom hing waar niemand bij kon komen, riep de hoogste in rang: "Use the gun" en vanaf dat ogenblik noemen de Javanen een kokosnoot een "gun". Zo moeten politieagenten miljoenen roepia's betalen om agent te kunnen worden. Daarom moeten ze veel "omkoopgeld" hebben waarmee ze hun schuld terug kunnen betalen. Een bekeuring wordt daardoor vaak onderhands betaald wat weer bijdraagt aan de corruptie in dit land. We brengen vandaag een bezoek aan de Borobudur, het grootste Boeddhistische monument ter wereld. Een werkelijk groots monument wat mij erg doet denken aan Angkor Wat in Cambodja. De Borobudur is evenals de tempel van Angkor Wat, vele eeuwen overwoekerd geweest door het oerwoud. Tijdens een vulkaanuitbarsting werd hij ook nog eens overdekt door veel gesteente en gruis. Eind negentiende eeuw is men begonnen dit monument bloot te leggen maar pas in 1973 werd er o.a. met behulp van Unesco, serieus werk van gemaakt. Het duurde nog zo'n 10 jaar voor het geheel gerestaureerd was.



We genieten van dit indrukwekkend gebouw waarna we, na een uitgebreide lunch, een Desa-tour gaan maken. Door paarden voortgetrokken koetsjes brengen ons naar een dorpje waar me kennis maken met de bewoners en hun huisvesting. We lopen door hun akkers en zijn getuige van de bewerking hiervan. We zien hier weer diverse tropische gewassen zoals o.a. pinda's met nog de worteltjes eraan en diverse andere gewassen. In een van de dorpjes worden door kinderen muzikale dansen uitgevoerd waarvan ook het hele dorp meegeniet. Met de bus trekken we verder en maken een stop bij een zilversmederij waar we zien hoe met de hand o.a. erg mooie filigraan artikelen worden gemaakt. We nemen deze avond onze intrek in het luxueuze 4 sterren Hotel Jayakarta in Jogjakarta. We blijven hier twee nachten en het is ook nu weer zonde om zo snel zo'n prachtig hotel te moeten verlaten zonder uitgebreid te hebben genoten van alle comfort en luxe die dit soort hotels te bieden heeft. We zullen dit overigens nog meer meemaken. Tijdens ons verblijf in Jogjakarta brengen we een bezoek aan Java's grootste tempelcomplex, de Prambanantempel, de Hindoestaanse tegenhanger van de Boeddhistische Borobudur. We bezichtigen hier naast een aantal minder bekende tempels ook de Shivatempel, de grootste en meest bekende. Een groot gedeelte van het bouwwerk is vorige eeuw ingestort en evenals bij de Borobudur is men ook hier in 1937 met de reconstructie begonnen. Langs het complex liggen nog vele grote brokstukken en men is dagelijks bezig om hieruit de diverse tempels weer op te bouwen. Niemand weet overigens hoeveel er nog onder het aardoppervlak van deze grote Prambanan-vlakte verborgen ligt.



Vandaag brengen we ook een bezoek aan de Kraton, het in 1757 gebouwde paleizencomplex van de Sultan van Jogjakarta, gebouwd in klassiek Javaanse paleis architectuur. We nemen hier een kijkje in het sierlijk en zwaar vergulde Gouden Paviljoen, de binnenplaats met een al even prachtig paviljoen waar vaak gamelanvoorstellingen worden gegeven en enkele musea waar ons een inzicht wordt gegeven in de geschiedenis en in de familie van de Sultan. We bezoeken vervolgens een batikatelier waar we in de werkplaats nader kennismaken met het batikken en prachtige batikstoffen bewonderen. 's-Avonds gaan we nog even naar de Jalan Malioborostreet, het winkelcentrum van Jogjakarta en kopen hier enkele schoolspulletjes. Onderling is namelijk afgesproken om morgen een schooltje te bezoeken en daar de kinderen van de laagste klas te verrassen. Die andere morgen vertrekken we al vroeg voor een lange busreis die ons naar Batu zal brengen. Onderweg wordt een eenvoudig schooltje uitgezocht en de kinderen alsook de leraren zijn erg verrast met ons onverwachts bezoek. De kinderen zingen enkele Javaanse liedjes en worden door ons verwend met de gisteren gekochte spulletjes. Na op de buitenplaats nog enkele leuke groepsfoto's gemaakt te hebben vertrekken we weer, waarbij we enthousiast worden uitgezwaaid.



Onderweg bezoeken we een vogeltjesmarkt en rusten hier even onder het genot van frisse kokosmelk en heerlijk mango's. Ook bezoeken we even later een grote cobraslang die hier blijkbaar ooit is gevangen en nu tegen een kleine vergoeding trots wordt tentoongesteld. Via een prachtig heuvelachtig oerwoudgebied komen we tenslotte in Batu-Malang waar we onze intrek nemen in Hotel Purnama, een rustiek hotel met zwembad en een prachtige grote tuin. We hebben de andere dag ter vrije besteding en ik maak hiervan dankbaar gebruik om het rustieke dorpje Batu te gaan bekijken en hier op zoek te gaan naar een internetgelegenheid. Die vind ik even later maar deze blijkt gesloten. Meteen hierna maak ik kennis met de gastvrijheid van dit Aziatische land. Twee tienermeisjes die mij voor de gesloten deur zien staan spreken mij aan, regelen een auto en brengen mij naar een in de buurt gelegen internetbedrijfje. De autokosten mag ik niet eens betalen. In het dorp ga ik in een van de vele eethuisjes genieten van een eenvoudige maar heerlijke Indonesische hap en ga hierna lekker uitrusten in een park. Wat kan het leven in al zijn eenvoud toch heerlijk zijn, midden op de dag in een zonovergoten park, zittend op een bankje in de schaduw (dat wel) en genietend van het rustige dorpsleven om me heen. De volgende dag is er een mogelijkheid voor een optioneel bezoek aan de Bromo vulkaan. Om de spectaculaire zonsopgang mee te maken moeten de deelnemers al om 2 uur 's-nachts hun bed uit. Er zijn bij ons vier kordate personen die hiervan gebruik maken. De rest van de groep vertrekt die morgen na het ontbijt met de bus om eerst de vier Bromo-gangers op te pikken en vervolgens gezamenlijk door het mooie Oost-Javaanse landschap te rijden.



Afwisselend genieten we van de prachtige natuur en van onze gids Paul die aldoor zacht tussen zijn tand fluitend, het bekende "Tulpen uit Amsterdam" ten gehore brengt. Waarom is niet bekend maar hij overhandigd ons ook de Nederlandse tekst van het Indonesische lied "Sarina, een kind uit de Dessa". Een blijk van de gevoelige band die er nog bestaat tussen Indonesië en Nederland. Hij maakt ons ook deelgenoot van een typisch Javaanse opvatting. Als je aan een Javaan vraagt of zijn vader thuis is en hij zegt "ja", dan bedoeld hij in werkelijkheid: "misschien". Zegt hij echter: "misschien", dan betekend dat in werkelijkheid: "nee". Onderweg genieten we van een heerlijke lunch in een restaurant wat gerund wordt door een Nederlands echtpaar. De mannelijke helft is professor Rob van Rees en hij is een psycho-motorisch therapeut die ons tijdens de lunch uitleg geeft over alternatieve medicijnen en natuurproducten. Sommigen van ons die last hebben van diarree, verstrekt hij een middeltje met honing. Later blijkt de diarree over maar het is niet bekend of daar dit middeltje voor heeft gezorgd… Er rest ons hierna nog een busrit van 15 kilometer door een prachtige natuur vooraleer we arriveren in een rustiek onderkomen voor onze laatste nacht op Java, het prachtig gelegen resort Margo Utomo in Kalibaru. We krijgen als kennismaking een heerlijk tamarinde drankje aangeboden en maken hier met Paul een wandeling door verschillende achter het resort gelegen plantages. We maken kennis met koffie-, peper-, kaneel- en nootmuskaatbomen, tabak- en rode peperplanten. Op de plantage staat ook een hutje waar een jonge vrouw laat zien hoe zij palmsuiker uit de palmyra palm haalt.



De stengels van de palm worden hiervoor eerst verwarmt waarna de vrijkomende bruine stroop in een keteltje wordt opgevangen. Deze giet zij vervolgens in ronde bekertjes waardoor de stroop wordt gestold. Op het resort maken we kennis met een toekan die heel gewillig op mijn arm komt zitten en een tamme vleerhond die uit onze hand eet. Van dichtbij is het een heel vriendelijk en ook mooi beest.



In de prachtige tuin staan verder veel tropische planten zoals de kleurrijke Vogelbek- of Papagaaienplant en ik kan het niet nalaten om van de prachtig bloeiende Bourganville enkele zaadjes te pakken om te kijken of ik ze later thuis tot ontkieming kan brengen. De volgende dag verlaten we Java en maken we per boot de oversteek naar Bali. Het doet ons niets meer om vroeg op te staan, al houden we daar de avond tevoren meestal wel rekening mee. Als 's-morgens rond 6 uur de zon opkomt, begint ook meteen de dag en is net of iedereen gewoon doorgaat met de dingen waarmee ze de vorige dag zijn opgehouden. Ook kantoren en bedrijven zijn 's-morgens al vroeg geopend. Op weg naar de boot voor de oversteek naar Bali stoppen we in een dorpje waar zich zowat iedereen bezig houdt met het vervaardigen van zinken huishoudelijke artikelen. Aan beide zijden van de weg ziet men werkplaatsen met verkoopstalletjes waarin de stapels pannen, ketels en allerlei zinken artikelen staan uitgestald. Tegelijkertijd hoort men links en rechts het slaan en timmeren op zinken platen waaruit de artikelen worden vervaardigd.



Een ruime boot brengt ons hierna met 1 uurtje varen naar Bali waarbij we de horloges in verband met het tijdsverschil, een uurtje moeten bijstellen. Hier verteld Paul weer een leuk verhaaltje. Hij vertrekt later vanuit Bali met het vliegtuig terug naar Jakarta. Het vliegtuig doet er precies 1 uur over waarbij hij, door het tijdsverschil, op hetzelfde tijdstip van vertrek uit Bali, in Java arriveert. We worden inmiddels snel doordrongen van het feit dat we op Bali zijn. De Javaanse bevolking bestaat voornamelijk uit Moslims maar de gemeenschap op Bali is overwegend Hindoeïstisch. Bij binnenkomst op Bali worden we door Hindoe Priesters gezegend. Ditzelfde ritueel vindt ook plaats als je met het vliegtuig op Bali aankomt en de luchthaven verlaat.



Onder een grote poort door komen we Bali binnen en het is nog een behoorlijke rit voordat we aankomen in Kuta, dé toeristische trekpleister van Bali, waar we onze intrek nemen in Hotel Rama Beach. Het is opnieuw een luxe hotel met een prachtig zwembad en vrij grote kamers met o.a. airco, ligbad, TV en koelkast. Koffie en thee is er ter vrije beschikking. Onze groep is over 3 verschillende hotels verspreid. We zullen hier de rest van onze vakantie verblijven maar sommigen van ons blijven hier 1 of 2 weken langer waardoor de groep langzaam uiteenvalt. Er wordt hier en daar dan ook al driftig afscheid genomen. Ikzelf heb 2 weken verlenging in Bali. De eerste dagen gebruik ik om aan het zwembad wat bij te komen van de intensieve reis en om de omgeving en Kuta te verkennen. Aangezien het centrum en het mooie surfstrand een beetje ver van het hotel verwijderd zijn, neem ik na enkele dagen mijn intrek in het New Arena Hotel in Poppies 1, midden in het centrum en op slechts enkele minuten lopen van het prachtige strand. Ik had grootse plannen om tijdens mijn langer verblijf hier het gehele eiland over te trekken maar beperk dit bij nader inzien tot enkele dagtochten. De heerlijke temperatuur en het prachtige strand doen me besluiten om me helemaal in alle rust over te geven aan het vrije en luxe vakantieleventje. Ik heb tenslotte al enkele prachtige maar ook wel vermoeiende weken achter de rug. Tijdens de dagtochten maak ik gebruik van het plaatselijk openbaar vervoer, de bemo, een klein busje. Zo heb ik op een dag een leuke route uitgestippeld en voor weinig roeppias ga ik naar Denpassar, de hoofdstad van Bali. Ik laat me afzetten op het Puputanplein, zo genoemd naar de bloedige uitroeiing in 1906 van de heersende klasse op Bali door de Hollanders. Op het plein is een heroïsch monument te zien wat aan deze bloedige gebeurtenis herinnert.



Op een nabijgelegen kruising bewonder ik een vijf meter hoog achtarmige standbeeld met vier gezichten, voorstellende de God van de vier windrichtingen. Ik wil nog enkele musea in de nabijheid van het plein bezoeken maar kom hier, gezien het tijdschema niet aan toe. Met een andere Bemo ga ik naar het strand van Benoa en zie hier dat dit strand duidelijk minder te bieden heeft dan het strand van Kuta. Na op een terrasje wat te hebben gegeten ga ik op zoek naar weer een Bemo waarbij een man met een luxe auto mij, na wat loven en bieden, wel naar mijn volgende punt, de Ulu Watu tempel wil brengen, zo'n 30 kilometer verder. Hij praat onderweg honderd uit en attendeert mij op de vele grote meloenen die hier worden verbouwd. Het is oogsttijd want ik zie tientallen geel-groene meloenen op de velden liggen. Ik had dit niet eerder gezien en het doet me een beetje denken aan de oogsttijd van pompoenen in Nederland. Mijn inmiddels tot gids gebombardeerde chauffeur gaat me voor naar de tempel die op een 76 meter boven de zee uittorende rots is gebouwd. Hij waarschuwt me voor de vele apen die hier zoals bij vrijwel alle tempels vrij loslopen. Ze schijnen het vooral op sierraden en brillen gemunt te hebben en ik zet mijn bril voor alle zekerheid maar af. Bij het betalen van de entree krijg ik een sarong aangereikt. Aangezien ik vandaag een korte broek draag moet ik uit eerbied voor Boeddha, een sarong omdoen. Om de tempel te bezoeken moeten er heel wat treden worden beklommen. Het is midden op de dag en mede door de sarong bereik ik behoorlijk bezweet de tempel. Wat mij boeit is het prachtige uitzicht vanaf de tempel over de Indische Oceaan en het machtige schouwspel van de metershoge golven die hier op de rotsen stukslaan. De meeste toeristen komen hier rond 6 uur 's-avonds om de ondergang van de zon te bewonderen, wat bij een wolkeloze hemel voor een prachtig schouwspel zorgt.



Enkele dagen later ga ik met de bemo naar Ubud, Bali's culturele hoofdstad. Ubud is vooral bekend geworden door enkele West Europese schilders zoals de Duitser Walter Spies. Deze en anderen, ontdekte Ubud omstreeks 1930 en maakten van dit dorp een toevluchtsoord voor vele kunstenaars en wetenschappers uit Europa en Amerika. Tegenwoordig is Ubud met de omliggende plaatsen, een toeristische agglomeratie geworden. Naast vele ateliers en galeries is er een grote pasar waar naast vele souvenierwinkeltjes zowat alles te koop is. In Ubud zijn erg veel prachtige tempels te bewonderen en de erg gemoedelijke sfeer die hier heerst geeft me een voldaan gevoel wanneer ik op het eind van de middag de stad verlaat en mijn hotel in Kuta weer opzoek. Kuta is ook op een mindere manier bekend geworden door een bom die hier op 12 oktober 2002 ontplofte bij een disco. Hierbij vielen 202 slachtoffers. Nu, precies twee jaar later, wordt er een monument ter ere van de slachtoffers onthuld. Veel familieleden van de slachtoffers, afkomstig uit 22 landen waaronder 4 uit Nederland, zijn aanwezig bij de onthulling en een grote bloemenzee met kaarsjes en foto's van de slachtoffers, accentueren de plaats van het gebeuren.



Het toerisme op Bali, dat na de golfoorlog en de aanslagen op het WTC net weer een beetje op gang was gekomen, kreeg door deze ontploffing weer een gevoelige klap die het nu nog niet te boven is, al trekt de laatste tijd het toerisme wel weer iets aan. Aangezien ik op Bali nog iets bijzonders wil zien maak ik enkele dagen later weer een dagtocht, ditmaal met een taxi. Daar betaal je dan enkele roeppias meer voor maar voorkomt dat je steeds een bemo moet zoeken en steeds weer over de prijs moet onderhandelen. Bovendien brengt de taxi me tot bij de plek die ik wil bezoeken. Ik begin met een bezoek aan het vissersdorp Jimbaran om hier het binnenkomen van de vissers en hun vangst te bewonderen. De kleine ranke bootjes komen rechtstreeks vanuit zee het strand opgevaren. De vis wordt meteen verkocht of afgevoerd naar een markthal verder op het strand. Tot mijn verbazing zie ik dat er zelfs tonijnen gevangen zijn die op zee in stukken zijn gesneden om ze in de kleine bootjes te kunnen vervoeren. De verdere vangsten bestaan uit allerlei kleinere vissen maar ook garnalen kreeften en zo meer.



Ik verlaat het leuke sfeertje in het haventje om hierna naar Mengwi te rijden en daar het grote tempelcomplex, de Taman Ayun te bezoeken. Ik kom hier ook om de grote lotusbloemen te bewonderen die hier groeien rondom deze op èèn na grootste tempel van Bali. Het is echter het eind van het droge seizoen dus zijn er nu helaas maar weinig bloeiende lotussen. Na enige dagen terug de Ulu Watu tempel op een hoge zeerots bezocht te hebben ga ik vandaag de meest bekende tempel van Bali, de Tanah Lot bezoeken. Deze tempel is gebouwd op een rots in de zee. Tijdens hoog water is de tempel omsloten door de zee. Op het tijdstip dat ik de tempel bezoek is hij over het strand bereikbaar. De meeste bezoekers komen op het eind van de dag om dan te genieten van de mooie zonsondergang.



Om de grote drukte rond die tijd te ontlopen en tevens om de terugrit niet in het donker te hoeven maken, bezoek ik de tempel overdag en kan nu tevens in alle rust met mijn chauffeur, van een heerlijke frisse mangojus genieten. Met mijn verblijf op Bali en de enkele bezichtigingen heb ik toch een aardig beeld van dit mooie eiland gekregen. Ik heb genoten van het prachtige strand met zijn hoge golven en de vele surfers, van de vriendelijke bevolking en van de vele winkeltjes waar van alles voor heel weinig te koop is en natuurlijk van de uitgebreide keuzes van allerlei eettentjes en restaurants waar je jezelf tegoed kunt doen aan een grote variëteit van buitenlands maar vooral van heerlijk Indonesisch eten. De terugvlucht met een overstap in Kuala Lumpur, verloopt ook deze keer weer prima en maakt meteen een eind aan een korte maar heerlijke kennismaking van dit prachtige land.



© 2004-2015 Pieter Aarden
Op alle foto's en teksten op deze website berust © kopieerrecht.
Van deze website mag niets zonder schriftelijke toestemming worden overgenomen of gebruikt op welke wijze dan ook.

All photo and text used on this website is © copyrighted material, reproduction or usage without written permission is prohibited.


Bezoekers